Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
zich gemakkelijk beweegt, worde het einde van een langer eind
bindgaren gebonden. Wanneer men het bindgaren in gelijke rig-
ting met de helling, of met het hellend vlak evenwijdig houdt,
hoe groot moet dan de kracht zijn, welke den last van den ko-
ker in het afrollen verhindert? Om de kracht door gewigten te
kunnen meten, schroeft men eene der reeds gebruikte katrollen
boven op het hellend vlak, zoodat zij nog boven zijn uiterste
einde uitsteekt en het daarover loopende bindgaren naauwkeurig
eene even zoo schuine rigting heeft als het hellend vlak. Het
loodregt naar beneden hangend einde van het bindgaren voorzie
men van eenen van koper- of ijzerdraad gebogen haak en hange
daaraan eene door drie koorden gedragene opene doos, welke
de plaats eener weegschaal vervangt. Doet men hierin dan,
terwijl men met de eene hand het hellend vlak vast houdt, het
een of ander gewigt (spijkers, zand), totdat de last in het af-
rollen verhinderd wordt, en hangt men dan deze doos benevens
haren inhoud aan den hefboom, om ze te wegen, dan zal het
blijken dat zij een gewigt van 3,5 lood heeft. De hoogte van
het hellend vlak was Via van zijne lengte, de in de rigting van
het vlak opwaarts trekkende kracht bedraagt, wanneer de last
3 ons weegt, 2,5 lood, dat is 'Ai van den last.
Stei- Verder legge men onder het bovenste einde van het hellend
vlak- tweede stuk hout of boek, totdat de 24ste duim zich
ken. 4 duim hoog boven het tafelblad verheft. De te voren aange-
wende kracht zal nu te klein zijn en den last niet meer in even-
wigt houden. Op nieuw moeten in de schaal gewigten gelegd wor-
den. Wanneer het evenwigt ontstaat, zal zij 5 lood zwaar zijn. De
hoogte van het vlak, 4 duim, is in zijne lengte van 24 duim
zes maal bevat, cn de noodige kracht van 5 lood is in den
last van 3 ons naauwkeurig even zoo menigmaal begrepen.
Geeft men aan het hellend vlak eene hoogte van 12 duim,
terwijl het zijne lengte van 24 duim onveranderd behoudt, dan
zal de kracht tot het maken van evenwigt Via of de helft van
den last bed ragen. Daaruit volgt de