Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
679
Fig. 379.
toegang hebbe. onderzoekt men nu met een reepje bladgoud of
den rook van eene glimmende wasrol,
welken weg de lucht in de nabijheid
van den cilinder neemt, dan zal men
vinden, dat zij onder in den cilin-
der instroomt.
De door den cilinder bijeen gehou-
dene verwarmde lucht vormt eene
luchtkolom van des te geringer gewigt,
hoe meer zij verhit en uitgezet is.
Eondom echter is de cilinder door
eene luchtkolom omhuld, die met
hem gelijke hoogte, doch, omdat zij
eene lagere temperatuur bezit, een
grooter gewigt heeft. Deze uitwendige luchtkolom oefent, we-
gens de voortplanting van de drukking der lucht naar alle zij-
den, eene drukking uit op de lucht, die zich onder in den
cilinder bevindt, stroomt van onder in en drijft de verwarmde
luchtkolom in de hoogte. Hoe hooger de cilinder is, des te
hooger is ook de uitwendige luchtkolom, wier overwigt den lucht-
stroom bewerkt, des te levendiger is gevolgelijk de luchtstroom,
de verbranding en het licht der lamp.
Volkomen op de zelfde wijze wordt de luchtstroom in de Schoor-
schoorsteenen voortgebragt. In fabrieken, die eenaanmer-
kelijk vuur, dat een sterken stroom vordert, noodig hebben,
bouwt men hooge schoorsteenen, omdat daardoor de werken-
de uitwendige luchtkolom hooger en derhalve haar overwigt groo-
ter wordt; eene al te groote hoogte brengt echter het nadeel te
weeg, dat de opstijgende luchtkolom zich van boven te zeer af-
koelt. De schoorsteenen van oude gebouwen zijn meestel te
w ij d en brengen niet den toereikenden stroom voort, omdat de
groote luchtmassa die zij omsluiten slechts zwak ver^varmd wordt,
en hare temperatuur die der uitwendige lucht slechts weinig
overtreft. Is daarentegen een schoorsteen te eng, dan is de
oh. nat. 44