Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 378
678
vormige strook geknipt. Men zet de schaar aan den rand aan,
knipt in eene spirale lijn verscheidene ma-
len om het middelpunt heen en laat aan het
middelpunt zelf een klein schijfje staan. Vat
men daarbij de strook aan, dan hangt zij in
de gedaante eener slang met onderscheidene
^vindingen naar beneden, en houdt men ze
zoo boven eene kaarsvlam of in de nabijheid
der gestookte kagchel, dan heft de opwaarts
stroomen de warme lucht het beneden-
einde der slang op, door zijne zwaarte daalt
het weder, wordt weder opgeheven en danst
op deze wijze op en neêr. Het zelfde verschijn-
sel verkrijgt men, wanneer men de slang met haren kop vast
op een breinaald steekt, die van onderen in een plankje of eene
kurk bevestigd is. Legt men den kop der slang zoodanig op
het boveneinde der naald, dat hij daarop zweeft, dan brengt
de opstijgende luchtstroom de slang in eene draaijende beweging,
op eene gelijksoortige wijze als de wieken der windmolens door
den wind in draaijende beweging gebragt worden.
Wanneer de zonnestralen in eene pas geveegde, nog met stof
gevulde kamer vallen , dan ziet men de door de zonnestra-
len verwarmde luchtdeeltjes met het stof opstij-
gen; in iedere verwarmde kamer bevindt zich de warmere
lucht boven, gelijk men reeds door het gevoel kan waar-
nemen , en op de bovenste galerij van een vollen schouwburg
is het ondragelijk heet. De soort van luchtbollen, die men
Montgolfières noemt, wordt aan het stijgen gebragt, wanneer
men de daarin bevatte lucht door vuur, dat men er onder ont-
stoken heeft, verwarmt en ligter maakt, § 240 en volg.
357. Luchtstroom en luchtverwarming.
Lucht- Proef a. Boven eene brandende korte kaars zette men een
stroom, lampeglas, dat op twee houten staafjes rust, opdat de lucht