Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
676
tot het vriespunt afgekoeld. De ijsvorming, die steeds van vaste
punten af haren aanvang neemt, begint alsdan aan de oevers,
aan rotsen, palen en op den grond der rivier, waar de
strooming zwakker is. De op den grond ontstaande ijsschotsen
worden, hoe groover zij geworden zijn, wegens haar geringer
specifiek gewgt gedurig sterker door het water opgeheven ,
eindelijk losgerukt en naar boven op de oppervlakte gevoerd.
Men zegt dan dat de stroom g r o n d ij s aauvoert. Door aan-
hangende steenen en aarde verraadt het de plaats van zijn ont-
staan, door zijne ophooping verhindert het de strooming, de
tusschenplaatsen tusschen de schotsen aan de oppervlakte vrie-
zen toe en er vormt zich een zamenhangende ijskorst, die voor
het verdere indringen der vorst een hinderpaal wordt.
II. STROOMING IN WATER EN LUCHT.
355. De omloop van het water en de waterverwar-
ming.
Omloop Proef. In eene niet te kleine kookflesch worde water, waar-
van net
water, in men zaagsel of fijn gestampt zegellak gestrooid heeft, boven
de spirituslamp verwarmd. De kookflesch houde men van boven
met de hand en brenge het midden van haren bodem al digter
en digter bij de vlam. Beschouwt men daarbij het water naauw-
keurig, dan neemt men eene beweging van het poeder waar,
dat met het water regt boven de lamp opstijgt en zich aan de
zijden naar beneden beweegt. De warmer en ligter gewordene
deeltjes der vloeistof stijgen dus omhoog, de nog koudere en
zwaardere gaan naar beneden, en daardoor wordt eene kring-
vormige beweging of circulatie der vloeistof bewerkt,
welke de verwarming der gansche watermassa te weeg gebragt
wanneer het vuur er onder is aangebragt.
Gebruikt men slechts eene kleine kookflesch of eene reageer-