Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
670
smolten vervolgens de buis digt. In den Florenjjjnsehen thermo-
meter, die, wat zijne uitwendige gedaante betreft, de gi'ond-
vorm onzer thermometers geworden is, werd de wijngeest alleen
door de warmte uitgezet, en de schalen der te Florence vervaar-
digde thermometers maakte men overeenstemmend door die van
een normaal-thermometer tot grond te leggen, hem met andere
thermometers aan de zelfde temperatuur bloot te steUen en op
deze het aantal graden aan te*teekenen, dat door den normaal-
thermometer werd aangegeven.
Fahren- Daar intusschen de uitzetting van den wijngeest niet geheel
kwikther- regelmatig is, daar hij reeds vroeger kookt dan water en slechts
mometer. voor lagere warmtegraden bruikbaar zou zijn, TOlde Fahren-
heit, een werktuigkundige uit Dant-
zig, te Amsterdam woonachtig, den
thermometer met kwik. Tevens voer-
de hij de vaste punten in, maar
ging bij zijne graadverdeeling van een
warmtegraad uit, beneden de tempera-
tuur van smeltend ijs gelegen. Den
middelbaren warmtegraad des winters
van 1709 wist hij door eene kunstma-
tige vermenging van sneeuw en sal-am-
moniak telkens weder voort te bren-
gen, beschouwde dit kunstmatige
vriespunt als den laagsten der ge-
woonlijk voorkomende graden en toe-
kende het met nul. Van hier tot het
kookpunt des waters telde hij 212 gra-
den , zoodat het water bij 212 graden
Fahrenheit kookt. Weldra vond hij dat
ook het smelten van het ijs steeds
bij de zelfde warmte, bij 32 graden van zijn thermometer
plaats had, dompelde voortaan zijne thermometers in smeltend
ijs en kokend water, maar behield zijne schaal, in welke bij