Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
659
fon te Parijs stelde 168 vlakke spiegels zoo te zamen dat
zij allen de daarop vallende zonnestralen naar de zelfde plaats
terug kaatsten, en ontstak daarmede eene houtmijt op den afstand
van meer dan 7 O ellen; eene dergelijke zamenstelling van vlak-
ke spiegels maakte waarschijnlijk den brandspiegel uit, met
welken Archimedes, naar men verhaalt, de voor Syra-
euse liggende romeinsche vloot van de muren der stad af in
brand stak. Het grootste bekende brandglas is dat van Parker
te Londen; het weegt omstreeks 100 pond, heeft bijna een el
in middellijn, en zijn brandpuntsafstand bedraagt ruim 2 ellen;
platina, ijzer en smaragd worden er door gesmolten. Met wa-
ter gevulde glazen bollen en karaffen werken, wan-
neer zij door de zonnestralen getroffen worden, op gelijksoor-
tige wijze als een brandglas en zijn wel eens oorzaken van brand
geworden.
WEEKINGEN DEE WAEMTE.
I. UITZETTING DER LIGCHAMEN.
348. Uitzetting van vaste ligchamen door de warmte.
Proef. Men neme een geelkoperdraad, omstreeks 3 palmen Uitzetting
lang, van zulke dikte dat hij in 't minst niet door zijn eigen
gewigt gebogen wordt, wanneer men hem horizontaal en zijn men door
eene einde in de hand houdt, dus van omstreeks 4 streep mid- warmte,
dellijn. Men buige den draad op de volgende wijze. Een eind
ter lengte van 4 duim aan de regter zijde wordt loodregt be-
nedenwaarts gebogen; daarop blijve een omstreeks 2 palm lang
einde horizontaal, en het linker einde loope vervolgens slechts
2 V^ duim benedenwaarts. Alsdan echter buige men den draad 1
duim naar voren en dan twee duim weder opwaarts; het over-