Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
652
gen; wanneer men na dit wrijven de naalden opneemt, vindt
men ze zeer heet. Bij het schoonmaken van messen
verwarmt zich het lemmer van het op de plank gewrevene ta-
felmes. Boren, zagen en v ij len worden bij het gebruik op
de plaatsen, welke tegen het hout of metaal gewreven zijn ge-
worden , zoo heet, dat men ze niet met de hand kan aanraken;
aan een snel omgedraaiden slijpsteen worden de te slijpen
metalen voorwerpen gloeijend of spatten vonken. Ge-
draaid werk vau hout wordt daardoor met zwarte rin-
gen versierd, dat de draaijer er een stuk hard hout tegen
drukt en zoo het voortdurend omgedraaide voorwerp zoo lang
sterk wrijft, tot de te versieren plaats door de hitte verkoold is.
Wagen assen geraken in brand bij het snelle rijden, als zij
niet behoorlijk gesmeerd zijn en daarom tegen den naaf van het
rad M'rijven, en ijzeren remschoenen verhitten zich door
de wrijving op den steilen grond zoodanig, dat zij sissen, wan-
neer zij op eene met water bedekte plaats van den weg komen;
touwen, die zeer snel over rollen loopen, of aan welke men
zich met groote snelheid neerlaat, en niet gesmeerde spillen
aan raderen van werktuigen verwarmen zich zoo dat zij in brand
geraken; ja de houten deelen van een molen geraken in brand,
wanneer de molensteenen geen graan meer te malen heb-
ben en tegen elkander wrijven. Immers wrijven wij zeiven de
koude handen in den winter om ze te verwarmen; worden
ook de over de koude sneeuw heenglijdende sledeboomen
warmer, en kunnen wij ij s, was en talk door ^\Tijven met
koude voorwerpen aan het smelten brengen. Uit deze daadzaken
volgt de
Wet; Dat door w r ij v e n warmte wordt op-
gewekt.
y^^^ Door aanwending van dit middel heeft men zich sedert over-
slagen. oude tijden vuur weten te verschaffen. Wilde volksstammen we-
ten van geen ander vuurslag dan van twee drooge stuk-
ken hout, die zij van ongelijk harde boomen nemen en zoo