Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
641
droppels zijn, die een regenboog zouden kunnen vormen. —
Van den vrijen top van een berg zou men nogtans nog
bij zulk een hoogen stand der zon eenen regenboog zien, het-
geen men zich aanschouwelijk maakt door den toestel zoo te
verschuiven, dat O, het oog, hoog boven den[^horizon Hh komt
te liggen. Daarbij kan men zich tevens de daadzaak verduide-
lijken , dat van berghoogten met vrij uitzigt, wanneer de zon
laag staat, de regenboog zich grooter dan een halve
cirkel vertoont, het einde van den stok wordt op Hh gelegd,
O hooger opgeheven en met A en B de cirkel beschreven.
In vele gevallen neemt men boven den eigenlijken regen-
boog nog een bij regenboog waar, die hem omsluit, minder I^Ü-
levendig gekleurd is, en zich van buiten violet, van binnen rood togen,
vertoont. Deze ontstaat in hooger gelegene regendroppels door
eene tweede breking en eene tweede terugkaat-
sing der zonnestralen. Laat SB de opvallende witte zonnestraal
zijn; hij worde in den droppel naar A heen gebroken, van hier
naar C en ten tweeden male
van C naar D terug gekaatst;
zoo wordt hij bij zijn uittreden
in de lucht weder gebroken en
in gekleurde stralen verdeeld.
De minst afgeleide straal heeft
eene roode kleur en neemt hier
de bovenste plaats in, terwijl
bij den hoofdregenboog de bo-
venste stralen, die uit iederen
afzonderlijken droppel komen, violet zijn. Wanneer nu in ver-
scheidene boven elkander liggende droppels deze dubbele terug-
kaatsing en breking plaats heeft, dan zal een zich in het punt
O bevindend oog van de bovenste droppels A de onderste,
violette stralen ontvangen, en van de onderste droppels,
als C, de bovenste, roode stralen, en van de daar tusschen
liggende druppels de tusschen liggende kleuren. De minder le-
Fig. 360.