Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
634
op een brandglas vaUen; er wordt een rond wit zonnebeeld in
de nabijheid van het brandglas ontworpen. Vangt men het bui-
ten den brandpuntsafstand in VV met een wit papier op, dan
vertoont zieh de heldere cirkel met een violetten rand
omzoomd. Brengt men het papier digter bij de lens, naar Rr,
en vangt men daarmede de stralen voor hunne vereeniging op,
dan ziet men een witten cirkel, door een rooden rand omgeven.
— Het onderste gedeelte der lens gelijkt op een prisma,
welks eene kant onder ligt, en ontbindt den witten lichtstraal in
gekleurde, van welke de violette boven ligt en in V aankomt,
terwijl de roode in r en B aankomt. De bovenste helft der
lens, die met een prisma met naar boven gekeerden kant te
vergelijken is, levert het omgekeerde verschijnsel op en ver-
deelt den witten lichtstraal zoo, dat de roode straal boven ligt
en naar R gaat, terwijl de onderste, violette, naar V gebroken
wordt. Voor de vereeniging der stralen is de roode de
uiterste en geeft een rooden zoom; aan gene zijde van het
brandpunt zijn violette stralen de uiterste en vormen een
violetten rand. Tusschen deze uiterste stralen vallen de ver-
schillende gekleurde stralen, die uit de middelste witte ont-
staan zijn en geven te zamen wit. — Tevens vereenigen zich
de violette stralen vroeger, daar zij door de lens sterker van
hunnen weg afgeleid worden, terwijl daarentegen de roode elk-
ander eerst later doorkruisen; het brandpunt der violette stra-
len ligt in het punt F, dat der roode stralen verder van de
lens in B.
iMtische gekleurde randen, welke de omtrekken van alle beelden
lenzen, omhullen, maken deze onduidelijk en berooven hen, hetgeen bij-
zonder bij verrekijkers van gewigt is, van alle scherpte en zuiver-
heid. Het kwam er daarom op aan, de gekleurde randen te doen
verdwijnen. Daar nu de nolette stralen zich te vroeg vereeni-
gen, zoo moet hunne vereeniging tegengehouden en zij van
elkander nog verre gehouden worden tot zij met de roode en
de andere gekleurde zamenkomen en weder wit geven. Deze