Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
629
komen te evenaren. Wat onder de subjective instrumenten de
loupe en de kijkkast is, dat is onder de objective de toover-
lantaarn; naast het zamengestelde mikroskoop plaatst zich
het z O n n e- en het g a s - m i k r o s k o o p ; en gelijk de verre-
kijker tot de beschouwing, zoo dient de camera obscura
tot afbeelding van verwijderde voorwerpen.
HET GEKLEURDE LICHT.
335. Ontbinding van het witte zonnelicht in gekleiird
licht. Voor de volgende proeven wordt een prisma vereischt. Vervaar-
Een prisma is eene driehoekige zuil van glas, water of eene "Jigiig
andere doorzigtige stof en laat zich het goedkoopst op de vol- prisma,
gende wijze vervaardigen. Men laat zich door een glazenmaker
twee even groote strooken van gewoon wit vensterglas snijden,
welke de gedaante van een lang-
' • werpig vierkant, eene lengte van
10 duim en eene breedte van 4
duim hebben. De onderste lange
kanten dezer strooken glas wor-
den, nadat zij boven de spiritus-
lamp een weinig verwarmd zijn, met lak aaneen gehecht, zoo-
dat hare bovenste kanten 4 duim ver van elkander afstaan. De
beide einden van het dus ontstane driehoekige vat sluit men
door driehoekige plankjes A en B, die zoo gesneden zijn, dat
iedere hunner zijden 4 duim lang is; zij worden insgelijks met
lak vastgehecht. De aaneenhechting moet overal waterdigt zijn,
en wanneer zij zich voor het oog als zoodanig vertoont, door
het ingieten van water beproefd en op de gebrekkige plaatsen
verbeterd worden. Bij het gebruik houdt men het gevulde wa-
terprisma zoo met de hand, dat de zamengevoegde kanten zich
van onderen bevinden.
Proef. In eene kamer, waarin de zonnestralen vallen.