Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
623
3) de inwerking van het licht in de camera obscura;
4) het amalgameren, en
5) het verwijderen van de jodiumbedekking.
De aan de eene zijde verzilverde koperen plaat,
waarop het lichtbeeld ontworpen moet worden, wordt eerst met
eenige droppels terpentijnolie, zoo helder als water, bevochtigd,
met fijn gestooten tripel of zoogenaamden engelschen steen be-
strooid en met boomwol gewreven; dit polijsten wordt met
parijsch rood en versche boomwol voortgezet tot de plaat bij het
bewasemen met den adem geene vlek meer toont. Daarop wordt
zij in een bij de camera obscura passend raam geschoven en aan
de dampen van jodium blootgesteld. Tot het joderen dient
eene vierhoekige porceleinen schaal, die het met water verdun-
de chloorjodium bevat, waarbij men een weinig bromiumwater
kan voegen. Het raam met de plaat wordt op de porceleinen
schaal gelegd en sluit goed aan haren bovensten rand; de ge-
polijste , verzilverde zijde der plaat is naar onder gekeerd, de
opstijgende dampen van het jodium zetten er zich aan en ge-
ven haar eene goudgele tint. Zij is thans met eene dunne laag
jodiumzilver overtrokken, en het raam moet, omdat dit
de voor de inwerking van het licht hoogst gevoelige stof is, door
eene schuif gesloten worden, totdat de camera obscura voor
zijne opneming in gereedheid gebragt is.
Voor de inwerking van het licht op de gejodeerde pla-
ten heeft de camera obscura de volgende inrigting. Zij bestaat
uit twee in elkander verschuifbare deelen of kasten en bevat
geenen spiegel; het beeld ontstaat tegenover de lens bij E. Dit
gedeelte is van eene opening voorzien, in welke zich het raam
E laat inschuiven. Men rigt de camera obscura op het af te
beelden voorwerp, schuift bij E een raam met eene mat gesle-
pene glasplaat in en plaatst de deelen van den toestel zoo, dat
op de glasplaat een duidelijk en zuiver beeld ontstaat. Dan
wordt de buis met de lens door een deksel A gesloten, het
matte glas verwijderd, het raam met de gejodeerde plaat in