Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
610
dat men met deze het voorwerp oplettend heeft bezien, sehroeve
men eene sterkere lens aan het instrument en onderzoeke of
met deze nog meer bijzonderheden daarvan zich vertoonen. Wan-
neer men niet zeer volkomen mikroskopen bezigt, dan zal men
dikwijls bevinden, dat dit niet het geval is.
Ondoor- *328 * Ondoorschijnende voorwerpen en kristallisa-
schijnen- tiën. Behalve het onderzoek bij verlichting van onderen af, door
werpen Voorvallend licht, vereischen vele voorwerpen ook nog eene be-
schouwing bij verlichting van boven op. Gewoon kiezelzand b.v. ver-
toont ziclx fraai doorschijnend als het verlicht wordt zoo als in de
vorige § aangewezen is; maar niet minder fraai ziet men het als het
op een donker gekleurd ondoorschijnend plaatje of schijfje op de
voorwerpplaat gelegd en de buis van het mikroskoop weder juist
gesteld is. Het is nu slechts veel minder sterk verlicht; om hier-
aan te gemoet te komen is er aan de meeste mikroskopen voor
aan de oogbuis eene bolle lens zoo geplaatst, dat men haar de
vereischte rigting en afstand van het voorwerp geven kan om de
door haar convergent gemaakte stralen van het dag- of lamplicht
juist op het voorwei-p te doen zamenkomen.
Proef«. Men losse een weinig ammoniak zout in veel
Kristal- water op, brenge een droppel van deze oplossing op een glazen
van plaatje, verwarme dit zacht boven eene spiritusvlam, en zoodra
zonten. zich aan den rand A^an den droppel eenige zoutdeelen beginnen
te vertoonen, brengt men die plaats spoedig onder de voorw^erp-
lens van het mikroskoop. Men ziet dan door de voortgaande ver-
damping van het water zich steeds nieuwe zoutdeelen aanzetten
en zich in fraaije vertakkingen schikken. Na eene van tijd tot
tijd herhaalde verwarming is al het water verdampt en alleen
eene voor het ongewapende oog niets belangrijks vertoonende
zontvlek overgebleven, waarin onder het mikroskoop de kristal-
vormen duidelijk te zien zijn.
Men herhale de zelfde proef met eene evenzeer sterk
verdunde oplossing van aluin, van salpeter, van k o-