Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
605
Fig. 3410.
deze buis bevindt zich aan haar benedeneinde de voorwerplens,
van boven de ooglens. De buis van het mikroskoop wordt door
eene zuil gedragen, laat zich hooger of lager plaatsen en door
eene schroef h bevestigen. Onder de
voorwerplens is een in het midden
doorboorde plaat T aangebragt, welke
de te beschouwen kleine voonvei-pen
te dragen heeft en de voor w e r p-
plaat genoemd wordt; men legt over
hare opening eene kleine glazen
plaat en op deze het voorwerp, dat
dikwijls met een dun glaasje, een zoo-
genaamd dekglas, bedekt wordt.
Daar het voor iedere waarneming van
groot gewigt is, dat het mikroskoop
juist gesteld wordt, dat wil zeggen,
dat het voorwerp den juisten afstand
van de voorwerplens verkrijgt, zoo is
het doelmatig, dat men met behulp
eener schroef n de voorwerpplaat T
hooger of lager plaatsen kan. Dit ge-
schiedt , terwijl men door het oogglas
ziet, tot het voorwerp zich volkomen duidelijk vertoont. Het oog
moet zoo digt mogelijk bij het oogglas gebragt worden, omdat
men daardoor alle vreemd licht het best uitsluit. De helderheid
neemt met de sterkte der vergroeiing af; de voorwerpen, die
meestal doorzigtig of voor 't minst doorschijnend zijn, moeten
daarom door een kleinen hollen spiegel S van onderen
af verlicht worden, welke de vereenigde stralen van het dag-
licht door de opening der voorwerpplaat aan het voorwerp toe-
zendt. Om den spiegel juist te stellen, ziet men door het oog-
glas van het mikroskoop, dat men op eene tafel digt bij een
niet door de zon beschenen venster geplaatst heeft, en draait
den spiegel naar de eene of andere rigting , tot het sterkste licht
Uitwen-
dige
inrigting
van het
mikros-
koop.