Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
25. De takel en zijn gebruik. Zelden gebruikt men eene
Inrig-
ting
van beweegbare katrol alleen; veeleer stelt men onderselieidene be-
weegbare katrollen met even zoo vele onbe-
takel.
Fig. 29.
weegbare tot een toestel zamen, die den naam
van takel draagt. Takelblok heet de ge-
meenschappelijke beugel, in welken meer dan
eene, 3 en dikwijls meer, veelal niet even groo-
te katrollen boven elkander bevestigd zijn.
Twee door een touw verbondene
takelblokken maken een takel uit.
Het bovenste blok is onbewegelijk en
aan een balk bevestigd; zijne schijven nemen
van de bovenste af benedenwaarts in grootte af.
Het onderste blok is beweegbaar, draagt
den onder aangehangen last en heeft van on-
deren zijne grootste schijven. Het touw is
loodregt beneden- en opwaarts geleid;
het loopt van den onder aan het bovenste
blok zittenden haak om de bovenste schijf van
het onderste blok en de onderste van het bo-
venste blok , dan over de middelschijven van beide blokken , ein-
delijk van de onderste schijf over de bovenste onbeweegbare. Aan
het vrij blijvende einde moet de kracht aangebragt worden.
Even- De last verdeelt zich gelijkmatig op de zes deelen van het
touw waaraan hij hangt. Daar de kracht slechts één dezer dee-
den len, het zesde, in evenwigt te houden heeft, behoeft zij om het
evenwigt daar te stellen slechts aan het zesde deel van den
last gel ij k te zijn. Zal nu de last een palm rijzen, dan moe-
ten voor iedere beweegbare katrol de beide deelen van het touw,
waarin zij hangt, te zamen twee palmen, en ieder der zes dee-
len een palm verkort worden, en moeten alzoo zes palmen van
het touw over de bovenste katrol getrokken worden. De kracht
heeft derhalve 2x3 palmen, in 't algemeen een zóó veel maal