Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
597
spiegel. Wanneer dan de horizontaal liggende as der schijf met
de handen schielijk gedraaid wordt, dan ziet men den bal o p
en neder gaan. Door de opening 1 ziet men den bol in zijn
laagsten stand; deze indruk blijft totdat men den bal door de
tweede opening hooger geklommen ziet, en weder duurt deze
tweede lichtindruk voort, tot de derde opening voor het oog
komt en het den bal in nog hoogere stelling doet zien. De al-
dus voor het oog gevoerde stellingen van het voorwerp maken
op het oog den indruk alsof de bal steeds hooger klom en van
zijn hoogste punt voor de zesde uitsnijding tot het laagste, on-
der de eerste opening weêr nederviel. Misleidend laten zich door
middel van grootere zoodanige wonderschijven of stro-
boscopische schijven bewegingen van menschen, dieren
of werktuigen voorstellen, terwijl men ze in de bij hunne bewe-
ging op elkander volgende stellingen teekent 1).
324. Aceommodatievermogen van het oog. Een voor- ''^od™
werp kan slechts dan duidelijk gezien worden, wanneer de stra- tie vcr-
len, die er van uitgaan, juist op het netvlies vereenigd °t
worden, of, met andere woorden, wanneer het beeld van het oog.
voorwerp juist op het netvlies valt. Wij zagen boven reeds, dat
de beelden door het als eene lens werkende zamenstel van het
bolvormig begrensde waterachtig vocht en de kristallens op het
netvlies worden gevormd. Maar nu hebben de beelden, door een
bol lensglas ontstaan, geenzins alle den zelfden afstand van de
lens. Volgens proef 313 a en// is het beeld van een verwijderd
voorwerp digt b ij de lens, en het beeld van een nabijzijnd
i; Men verkrijgt een fraaijer effect, door de schijf wat grooter,
b. V. van 18 a 20 duim middellijn, te nemen, tien in plaats van
zes insnijdingen in den rand te maken en dan den bal niet slechts
stijgende, maar ook weder dalende af te beelden; dat wil zeggen hem
onder de zevende insnijding een stand als onder 5, onder de achtste
als onder 4 te geven, enz.
Ln.