Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
594
figuren en make daaraan van onderen eene loodregte verlenging
om ze in eene kurk te kunnen vastzetten. De kurk wordt met ta-
melijke wrijving zoo ver mogelijk naar beneden over eene dikke
breinaald geschoven, welke de figuren van koperdraad tot eenvol-
ledigen driehoek, regthoek of halven cirkel met middellijn maakt
en tevens de as vormt, om welke de draaijing moet plaats hebben.
Opdat de draaijing snel en regelmatig genoeg geschiede,
schuift men over het benedengedeelte der breinaald eene ron-
de s c h ij f b O r d p a p i e r, welke de dienst van een vliegwiel
verrigt, en klemt ze door eene er boven en eene er onder ge-
geschovene kurk vast. De naald wordt met de vdngers, terwijl
men ze van boven aanvat en daarna loslaat, in draaijende be-
weging gebragt. De loodregte stand wordt aan de naald daar-
door verzekerd, dat men in eene strook kaartpapier aan haar
eene einde een gat boort, waarin de naald zich met genoegzame
speelruimte beweegt; de strook verkrijgt hare plaats zoo ver mo-
gelijk naar boven, doch onder de bovenste kurk, die telkens
een der figuren opneemt. Eene langere strook van eene speel-
kaart of van stijf papier wordt o]i de tafel gelegd, haar midden
omhoog gebogen en er een gat in geboord; het benedeneinde
der naald wordt er doorheen geschoven en de einden der onder-
ste strook kunnen door voorwerpen, die men er oplegt, bezwaard
worden. Eene geringe oefening is toereikend om aan den toestel
eene snelle beweging te kunnen mededeelen. Men ziet bij het om-
draaijen van den eersten draad een kegel; is de tweede draad
er ingezet, dan ziet men eenen cilinder, bij den derden een bol.
Proef r. Eene cirkelvormige schijf van omstreeks een palm
middellijn worde van stevig, niet te licht gekleurd karton of
bordpapier vervaardigd; in het midden blijve zij ondoorgesne-
den, en er blijve aldaar een kleine cirkel over. Van daar af
echter verkrijge de ronde schijf zes of nog meer uitsnijdingen,
die niet te smal genomen moeten worden. Het is gemakke-
lijk, deze schijf snel te doen draaijen, door ze over het beneden-
einde eener breinaald te schuiven en met de linker hand van