Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
591
hoornvlies, en de grootere kamer in den achtergrond van het
oog, verdeelt. Beide zijn met vloeistoffen, de voorste kamer met
het waterachtig vocht, de achterste kamer met het ins-
gelijks doorzigtige glasvocht of glasachtig ligchaam, gevuld.
De van buiten komende lichtstralen komen door het bolle
hoornvlies en door de pupilla tot de kristallens. Door deze wor-
den zij, gelijk door iedere Isolle lens, gebroken en tot een omge-
keerd beeld vereenigd. Door deze brekingen ontstaan
kleine omgekeerde beelden op het netvlies, ge-
lijk ook de proeven, met de oogen van gedoode groote dieren
genomen, bewezen hebben. De lichtprikkel, dien de zich ver-
eenigende stralen op eene plaats van het netvlies en daardoor
op de gezigtszenuw uitoefenen, geeft ons kennis van een waar-
neembaar voorwerp.
Het gebrek van het oog, dat men de graan we staar
noemt, en dat dengene, die er mede behebt is, alles als in een
nevel gehuld doet toeschijnen, bestaat iu het ondoorschijnend
worden der kristallens, en maakt het wegnemen daarvan en het
gebruik van een lensglas noodig. De zwarte staar bestaat
in eene ongevoeligheid van het netvlies en is ongeneeslijk. De
vliegende punten en parelsnoeren in het oog ontstaan door kleine
ligchaampjes, die zich in het watervocht of in het glasvocht
bevinden.
322. Begt zien en enkelvoudig zien. De beelden, door Waarom
de kristallens op het netvlies gevormd, zijn omgekeerd: waarom "U
I O ' O O ' vooi-n-er-
zien wij desniettegenstaande de voorwerpen regt? De lichtstra-pen regt
len, die van het bene-
Fig. 330. jgj^ liggende punt b
van een of ander lig-
chaam in het oog val-
len , worden door de
kristallens zoodanig
gebroken, dat zij zich