Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
587
lijn met het tafelblad behoudt, beschouwe het twee even groo-
te, maar op ongelijken afstand opgerigte stokken nr. 1 en 2. De
verste stok nr. 1 zal zich onder een kleinereu gezigtshoek ver-
toonen en kleiner schijnen. Hoe verder a f e e n voorwerp
is, des te kleiner is zijn gezigtshoek, en des te
kleiner schijnt het te zijn. Een groot, maar verwijderd voorwerp
heeft met een klein, maar nabij gelegen den zelfden gezigtshoek
en kan door het laatste voor ons verliorgen worden. Gemakke-
lijk kan mende lengte van een kleiner stokje nr. 3 vinden, dat,
op de plaats van den tweeden stok opgerigt, den meer verwij-
derden , grooteren eersten stok juist bedekt.
Zoo vertoont zich aan het oog uit het midden eener kamer Vevwan-
een geheel venster aan een tegenover staand huis bijna onder fc ver-
• • scliijnsc*
den zelfden gezigtshoek als eene enkele vensterruit, door welke
het oog heenziet. Zoo schijnen de verre weg grootere, maar ook
veel verder verwijderde vaste sterren kleiner te zijn dan
de maan, die veel digter bij ons staat. De zijwand aan het verste
einde eeuer lange zaal vertoont zich smaller en lager dan die,
welke digter bij den waarnemer is; de zoldering schijnt aan het
verste einde te dalen en de vloer hooger te liggen. Een horizon-
tale straatweg schijnt in de verte omhoog te loopen, en
iedere verhevenheid van den grond steiler te zijn
dan zij werkelijk is. De tusschenruimte tusschen de
meest v e r w ij d e r d e boomen eener laan komt ons veel
kleiner voor, zoodat de
328. beide rijen boomen in de
verte tot elkander schij-
nen te naderen; de boo-
men, die in de teekening
het digtst bij het oog staan,
hebben den ouderlingen
afstand /I B, terwijl de
meest verwijderde slechts door den afstand E F van elkander
gescheiden schijnen te zijn. Zeer duidelijk wordt ook, zoo als

F.......
E......... '
J)