Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
570
len ongebroken verder, terwijl daarentegen schuin invallende
eene breking moeten ondervinden.
^ door^ 311. Breking door vlakke glasplaten. Gelijk bij de te-
vlakke rugkaatsing van het licht vlakke, boUe en holle spiegels ver-
sch"Te'n verschijnselen voortbrengen, zoo worden de licht-
stralen bij hunnen doorgang door vlakke glasplaten an-
ders gebroken dan door bolle en door holle glazen.
Een lichtstraal, die schuin door glas heengaat, treedt uit de
lucht in het glas, en daaruit weder in de lucht en moet zoo wel bij
zijne intrede in het glas als bij den uit-
Fig. 310. ggjjg daaruit eene breking ondergaan.
Laat de van het punt A komende straal
AB ïnB schuin op eene dikke vlak-
ke glasplaat met evenwijdige
grensvlakken vallen; in het glas tre-
dende, wordt hij naar de invalsloodlijn
toe gebroken en neemt den weg
BC-, maar in het punt C, waar hij in
de minder digte lucht uittreedt, wordt hij even zeer van
de invalsloodlijn af gebroken en gaat van C naar O, waar-
bij O C evenwijdig is met AD. Wanneer daarom een licht-
straal door eene vlakke glasruit heengaat, dan
is de uittredende straal evenwijdig met den in-
vallenden. Een oog, dat zich in O bevindt, meent het punt
A op de plaats a te zien; alle voorwerpen vertoonen zich niet
naauwkeurig op hun ware standpunt, maar een weinig daarvan
afgeweken. Zijn de glasschijven van geringe dikte, zoo als onze
vensterruiten, dan is deze afwijking gering en slechts dan
gemakkelijk te bemerken, wanneer men er zeer schuin door
lieen ziet.
Proef. Op een horizontaal liggend papier zij eene regte lijn
van de linker naar de regter zijde van den waarnemer getrok-
ken, en over een gedeelte der lijn legge men een stuk ven-