Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
564
den, dan zou plotseling de duisternis van den nacht invallen,
indien de aarde niet met eene lucht- en damp-atmosfeer om-
huld was.
Des avonds daalt de zon in 't westen beneden den hori-
zon Uh der plaats o, en geen harer stralen kan langs den reg-
ten weg tot o komen. Maar wel worden de dampdeeltjes en
wolken w aan den westelijken hemel nog lang door de stralen
Fig. 302.
der ondergaande zon bereikt; zij kaatsen ze naar alle zijden te-
rug, en een aantal lichtstralen vervolgt den weg Sw en wo.
Minder licht wordt naar de oostelijk van O liggende plaatsen
terug gekaatst. Even eens werpen des morgens de lucht-
lagen vfvn den oostelijken hemel ons reeds zonnelicht toe, eer
het langs den regten weg tot ons kan geraken.
Gewoonlijk neemt men aan, dat de schemering eindigt of
begint, wanneer de zon 18 graden beneden den horizon staat;
is zij des avonds zoo laag gedaald, dan beginnen de kleine ster-
ren der zesde grootte zigtbaar te worden. Bij ons duurt tijdens de
langste zomerdagen de schemering den geheelen nacht door,
omdat alsdan de zon niet tot zulk eene laagte neerdaalt; het
kortst is zij in maart en october en duurt in deze maamden om-
trent twee uren. In den heeten aardgordel duurt de
schemering gedurende het drooge jaargetijde, waarin de lucht
betrekkelijk weinig waterdampen bevat, slechts een kwartier
uurs en weinig minuten. Daarentegen houdt zij in de atmosfeer