Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
561
getroffen en zal het beeld der vlam in g zien. Het punt g ligt
hooger boven de as dan het voorwerp G zelf; het beeld der
vlam is daarom regtop en vergroot. Op gelijke wijze laat zich
vinden, waar het beeld van het onderste gedeelte der kaars voor
het oog zal verschijnen.
307. Bolle spiegels. Holle spiegels zijn inwendig ge-
polijste stukken van bollen; bolle spiegels zijn stukken van een spiegels,
uitwendig gepolijsten bol.
Tot waarneming der beelden, die zich in bolle spiegels ver-
toonen, kieze men een blanken metalen knop of den bol aan
eenen thermometer. Op welken afstand men het af te beelden
voorwerp, dat weder eene kaarsvlam zijn kan, ook brengen
moge, steeds zal het beeld regt en verkleind zijn; het
schijnt achter den spiegel te staan, laat zich niet opvangen en
is steeds subjectief.
Menigmaal plaatst men in tuinen spiegelende glazen
bollen, die als bolle spiegels werken en geeft hun inwendig
of een zwart belegsel of een met een helderen metaalglans. Het
zwarte belegsel wordt uit een mengsel van roet en meelpap be-
reid of daardoor gemaakt, dat men er eene roetgevende vlam
laat inslaan. Yoor het betere metallieke belegsel neemt men ge-
lijke gewigtsdeelen lood, tin en bismuth, smelt deze metalen in
een ijzeren lepel en schept er de graauwe laag oxyde, die zich
op de oppervlakte vertoont, met eenen lepel af; kort voor het
vast worden voegt men bij het mengsel twee derden van zijn
gewigt kwik. De te beleggen bol van wit glas, gelijk iedere glas-
winkel ze in kleinere grootten levert, moet van binnen goed
droog zijn; hij wordt door hem in warm water te dompelen ver-
warmd en na het invullen van het belegsel, opdat het zich over de
geheele inwendige oppervlakte verdeele, heen en weer geschud.
Dc stra-
308. De diffuse terugkaatsing. De meeste der ons {ern|-
omringende ligchamen zijn niet lichtend en bezitten eeen eigen kaatsing.