Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
545
Fig. 283.
300. Wetten van de terugkaatsing des lichts. Hoofd-
Proefö. Men snijde van bordpapier een halven cirkel
S ^ O I' en plaatse terug-
dien loodregt op
spiegel, die eene hori-
zontale ligging heeft;
een klein stuk van een
spiegel, dat men onder
het middelpunt van
den halven cirkel legt,
is ook genoegzaam.
Om den rand van den halven cirkel bevestige men met lak of
stijfsel eene strook stevig papier, eene hand breed, die van het
punt S over A' en O tot I' reikt. Deze strook wordt op eene
willekeurig gekozene plaats N, die echter digt bij het vlak van
den halven cirkel ligt, doorboord. Zoo voorbereid, geeft men
óf des avonds bij kaarslicht, óf bij dag in den zonneschijn aan
den toestel een zoodanigen stand, dat er lichtstralen door de
opening dringen en eene plaats van den spiegel digt bij het
vlak van den halven cirkel in zijn midden M treffen. De getrof-
fene plaats van den spiegel zal door de helderder verlichting
kenbaar zijn. Tevens zal zich aan de binnenzijde der strook, die
om den halven cirkel bevestigd is, eene plaats U verlicht too-
nen; de lichtstralen zullen echter niet tot haar komen, wanneer
men het midden M van den spiegel met den vinger bedekt.
Gevolgelijk neemt de lichtstraal van de lichtbron den weg door
N naar M, verandert hier, door het spiegelvlak terug gekaatst,
zijne rigting, en neemt van M zijnen weg naar O. Nu heeft zich
ten eerste de invallende straal N M langs het op den spie-
gel loodregte vlak des halven cirkels eerst tot M en vervolgens
langs het zelfde vlak tot O bewogen, welk punt digt bij den
halven cirkel ligt. Derhalve blijft de terug gekaatste
straal met den invallenden straal in het zelfde,
op den spiegel loodregte vlak. Ten tweede mete