Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
544
DE TERUGKAATSING VAN HET LICHT.
Terng- 299. De terugkaatsing van het licht door spiegelen-
van het d® vlakken. Zoo lang het licht zich in eene overal even digte
licht luchtlaag beweegt, is zijn weg eene regte lijn; maar ontmoet
spiege- het een ondoorschijnend ligchaam, dan wordt het daardoor ver-
lende hinderd zijnen regtlijnigen weg verder te vervolgen, en de licht-
visilskeii <-3 V c."
stralen worden van zijne oppervlakte terug gekaatst, ge-
lijk een van den wand terug springende bal, de van den oever
terug keereude watergolven of de weergalmende geluidsgolven.
(§ 277).
Proef. Legt men een kleinen spiegel horizontaal op eene
plaats, waar hij door de zonnestralen of des avonds door het
licht eener kaars getroffen wordt, dan neemt men aan den wand
of den zolder der kamer een helder verlicht vlak waar. Het heeft
de gedaante van den spiegel; deze verandert, wanneer men
een gedeelte van den spiegel bedekt. Brengt men het oog in
eene regte lijn tusschen den spiegel en het helder verlichte vlak,
dan wordt het door de lichtstralen — als het zonnestralen zijn
pijnlijk — getroffen. De lichtstralen hebben dus, nadat zij op
den spiegel gevallen zijn, hunne rigting veranderd en een nieu-
wen weg ingeslagen; zij zijn door het spiegelend vlak terug ge-
kaatst en komen thans op eene plaats, die zij anders niet be-
reikt zouden hebben. Beweegt men den spiegel, dan geeft men
ook aan de terug gekaatste stralen eene andere rigting.
Even zoo heeft de terugkaatsing van het licht plaats bij alle
ligchamen met gladde oppervlakte. Daarom laat
de proef zich ook met eene gepolijste metalen schijf, met ge-
politoerd hout, met den waterspiegel in een gevulden schotel
en met de oppervlakte van het kwik in een glaasje, zelfs met
eene onbelegde glasruit verrigten, wanneer men deze zoo houdt,
dat de lichtstralen er tamelijk schuin opvallen.
Iedere terugkaatsende gladde oppervlakte noemen wij een
spiegel.