Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
540
Afne-
ming der
licht-
sterkte
bij schui-
ne rig-
ting der
stralen.
Fig. 280.
lichting af, en wel naar de kwadraat-
getallen van den afstand.
Proef f. Behalve naar den afstand van de lichtbron rigt
zich de sterkte der verlichting ook naar de rigting der lichtstra-
len. In den zonneschijn houde men een kwart vel papier en daar-
voor een kleiner blaadje zoo, dat hunne breede vlakken regt-
hoekig door de zonnestralen getroffen worden. Helt men achter-
volgens het schaduwwerpende stukje papier en laat men er de
lichtstralen telkens schuiner op vallen, dan gaan er steeds meer
stralen voorbij, en zijne schaduw wordt daarom kleiner. Wan-
neer daarom de lichtstralen schuin op
een vlak vaUen, dan wordt het, daar er
vele voorbij gaan, door minder stra-
len getroffen en verlicht, dan wanneer
zij er regthoekig op vallen. De figuur
vertoont een vlak, dat in twee standen
door de zonnestralen getroffen wordt; bij
den in 1 geteekenden stand, waarin de
stralen er regthoekig op vallen, treffen
alle geteekende stralen het vlak; bij
zijn schuinen stand 3 gaat er een gededte dfir lichtsti-alen voor-
bij zonder het te verlichten.
Wet II; De verlichting is des te zwakker,
hoe schuiner de lichtstralen op het
voorwerp vallen.
Worden twee ligchamen door verschillende lichtbronnen be-
schenen , dan zal de verlichting van dat ligchaam zwakker zijn,
dat door de zwakkere lichtbron beschenen wordt, en de sterkte
der verlichting zal zich dan ook naar de lichtsterkte
van het lichtende ligchaam rigten.
297. De photometer. De toestellen tot het meten der
lichtsterkte of tot vergelijking der lichtsterkte van twee ligcha-
men heeten photometers. De photometer van Eum-