Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
bogen en steunt op het hout, waaruit de spijicer getrokken
moet worden.
Even- jg jjg eenarmige hefboom. De tot hiertoe besprokene
aan hefboomen hadden allen twee armen; tot mechanische werkzaam-
heden worden echter even zoo vaak eenarmige hefboomen ge-
een- O O
armi- bruikt.
Proef a. De nog ongebruikte kortere staaf van den hefbooms-
hef-
boom. 23. toestel (proef 11) worde
digt bij het eene einde
doorboord, en van het
boorgat af in dubbele dui-
men verdeeld. Daarop
brenge men ze tusschen
de zuilen van den hef-
boomstoestel en schuive
door de geboorde opening
en een der onderste boorga-
ten eene stift, om welke zij draaijen kan. Hare eigene zwaarte en nog
meer een als last aangehangen gewigt zou haar naar beneden
trekken; de kracht, die met den last aan eene en
de zelfde zijde van het steunpunt aangrijpt, zal
naar boven moeten werken. Men slingere daartoe eenen draad
om het linker einde van den eenarmigen en van den daarboven
liggenden tweearmigen hefboom en schuive op den regter arm
des laatstgenoemden een gewigt naar verkiezing zoo lang heen
en weer tot het de zwaarte van den onbelasten eenarmigen hef-
boom in evenwigt houdt en beide hefboomen in horizontalen
stand brengt. De kracht wordt aan den regter arm van den bo-
vensten hefboom aangebragt, opdat deze als gelijkarmige ba-
lans diene en te gelijk als werktuig, welke eene naar onder
werkende kracht in eene naar boven trekkende verandert. Nu
hange men aan den eenarmigen hefboom 1 pond op 6 duim van
het steunpunt, en regts aan den gelijkarmigen 25 lood; er zal
evenwigt ontstaan. De 25 looden trekken het einde van den