Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
500
den Fahrenheit); bij grootere warmte wordt de snelheid voor
iederen graad Celsius ruim 7 7 duim grooter, bij geringere warm-
te kleiner. Ook de vochtigheidstoestand der lucht heeft op de
snelheid van het geluid merkbaren invloed. Als het niet op zeer
groote naauwkeurigheid aankomt, dan kan men voor die snel-
heid het gemakkelijk te onthouden getal van 333 el per seconde
aannemen.
Bij de kennis van de snelheid van het geluid laat zich uit
de noodschoten van een schip, bij welke men op het
verschijnen van het licht en de aankomst van het geluid acht
geeft, tot den afstand, waarop het zich bevindt, besluiten, en uit
de tusschenruimte tusschen bliksem en donder den afstand
van een onweder (§ 197) opmaken.
277. De terugkaatsing van het geluid. Wanneer de
Terug- geluidsgolven bij haren voortgang in de lucht een digter
kaatsing veerkrachtig ligchaam ontmoeten, dan worden zij er
geluid. terug gekaatst. De terugkaatsing van het geluid ge-
schiedt op eene gelijksoortige wijze als de terugkaatsing van
vaste veerkrachtige ligchamen en de terugkaatsing van water-
golven.
Proef a. Men schuive een tafel digt bij een muur of
plaatse loodi'cgt daarop eene stevige plaat of een dik boek. Wordt
dan een kogel, b.v. een gomelastieken bal, in het pimt a op
het tafelblad gelegd en in schuine
Fig. 262. rigting aangestooten, zoodat hij den
yj^ wand in het punt d treft, dan wordt
/^jjl e_ tij er door terug gekaatst, en zijne
'/ uieuwe rigting d h wijkt naar de
—~c / andere zijde van den wand even zeer
af als zijne vroegere rigting a d.
De hoek, onder welken de bal door
den wand terug gekaatst wordt, is even groot als de hoek, onder
welken hij hem eerst getroffen heeft.