Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
497
verzwakt tot de tweede vaste laag; deze storing en verzwakking
herhaalt zich bij iederen volgenden overgang tot eene nieuwe
laag en kan het volkomen ophouden der golfbeweging ten ge-
volge hebben.
275. De sterkte van het geluid. De sterkte van het
door ons waargenomen geluid hangt niet enkel af van de ge-
steldheid des ligchaams, dat het tot het oor geleidt, en van
de lengte van den daarin te doorloopen weg, maar ook van
de sterkte der geluid verAvekkende trilling.
Een op grooten afstand afgeschoten pistool wordt veel zwak-
ker gehoord dan een in de nabijheid; de menschelijke stem wordt
slechts op een geringen afstand duidelijk gehoord. De sterkte
van het geluid is dus des te grooter, hoe korter de weg is, dien
het in het geleidende ligchaam doorloopen moet, of h o e kor-
ter de geleiding is. De om een punt opgewekte water-
golven zien wij, hoe verder zij er zich van verwijderen, des te
onbeduidender worden, en eindelijk zoo zeer vervloeijen, dat zij
niet meer waar te nemen zijn. De kogelvormige luchtgolven,
om de plaats waar een geluid ontstaat opgewekt, bewerken op
grooteren afstand eene steeds geringere verdigting en verdun-
ning der lucht, tot eindelijk de geluidsgolf geheel vervloeit en
niet meer in staat is, de naastliggende luchtdeeltjes in merk-
baren graad te bewegen.
Maar ook de trilling, door welke het geluid wordt voort-
gebragt, kan eene zoo geringe sterkte hebben en zoo weinig
uitwerken, dat het geluid zich slechts flaauw laat merken. De
sterkte der trilling neemt wo wel toe met de grootte der
trillende massa als met den door haar bij elke trilling
doorloopen w e g (§ 16). Eene lange zweep klapt sterker dan eene
korte — er trilt bij de eerste eene grootere massa en er wordt
eene grootere hoeveelheid lucht bewogen; het geluid eener gi'oote
klok overtreft dat van eene kleine; door het schot van een
kanon wordt eene luchtmassa van grooter omvang in trilling
Sterkte
van het
geluid.
Afne-
men van
de sterk-
te des
geluids
bij groo-
tere
lengte
der ge-
leiding.
Zwak
geluid
bij
zwakke
trilling.