Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
494
hoorgaiig tot het trommelvlies en brengen het in trillende be-
weging; deze wordt door de 4 gehoorbeentjes en de lucht aan
het labjTÏnth en door de daarin bevatte vloeistof aan de gehoor-
zenuwen medegedeeld, door welke de geluidstrillingen in ons
tot bewustheid komen. Het trommelvlies kan gekwetst zijn, zon-
der dat het gehoor verloren gaat; maar is de doolhof bescha-
digd, of is de gehoorzenuw niet meer werkzaam, dan ontstaat
eene volslagene doofheid.
Voort- 274. Voortleiding van het geluid door luehtvormi-
leiding ge, drupvormig vloeibare en vaste ligchamen. Het
^geluid' meest verbreide ligchaam, waarin de geluidgevende trillingen
door de van de plaats van haar ontstaan tot aan ons oor voortgaan, is
lucht. ^^ dampkringslucht. Zij geleidt het geluid des te beter hoe
digter zij is. In de zamengeperste lucht van eene in de diepte
der zee neêrgelatene duikerklok (§ 103) is ieder geluid on-
dragelijk sterk, en de duikers spreken slechts zacht met elkan-
der; daarentegen klinkt in den minder digten dampkring op de
hoogste toppen der Alpen de knal eener pistool naauve-
lijks sterker dan een krachtige handslag; wanneer men dtar
verstaan wil worden, moet men luider spreken, en omdat iecer
geluid zwakker gehoord wordt, schijnt aldaar alles zonder geluid
en s t i 1. In den winter draagt de geringere warmte, waarbij ie
lucht digter is, en het gemis van plantengroei, die in den z)-
mer de verbreiding der trillingen storend tegenwerkt, tot de bi-
tere voortleiding van het geluid bij; en in de poolgewes-
ten heeft men de menschelijke stem reeds op den afstand van ^^
mijl gehoord. Bij nacht wordt een geluid duidelijker waar^-
nomen, niet enkel oji bewoonde plaatsen, waar bij dag te gelik
nog velerlei verward gedruisch de gevoeligheid van het o)r
verstompt, maar ook in de woestijnen zonder bewoners, omdit
daarbij dag het opstijgen der warmere lucht voor de verbreidiig
der geluidsgolven hinderlijk is. De wind noodzaakt de geluics-
golven bij voorkeur in ééne rigting voort te gaan en zich in lie