Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
491
waar de zich ontwikkelende gassen de lading uitdrijven. — Om-
gekeerd kan ook de verdunning der lucht tot de tril-
ling en golving van luchtvormige ligchamen aanleiding geven.
Proef rf. Wanneer men om het eene einde van eenen
gladden stok eene strook papier rolt, zoodat het goed sluit en
daardoor eene buis vormt, die men aan haar open einde door
zamenknijpen of zamendrukken tusschen de vingers gemakkelijk
luchtdigt kan sluiten, dan bevat de buis nevens den stok eene
kleine hoeveelheid lucht van de gewone digtheid der damp-
kringslucht. Trekt men er den stok schielijk uit, dan' hoort men
een geluid. Er is hierbij eene ruimte met verdunde lucht in de
buis ontstaan; in die ruimte is de haar omgevende lucht met
kracht binnen gedrongen, is door haar zamendringen
te digt geworden en heeft zich ten deele weder u i t de buis
moeten v e r w ij d e r e n.
liet zelfde verschijnsel heeft plaats bij het snelle openen vau
een goed sluitenden pennekoke.r of een naaldenkoker en
bij een blad, dat scheurt, wanneer men het tegen de lippen
houdt en de lucht in den mond verdunt. Bij het klappen met
eene zweep ontstaat op de plotseling door haar verlatene plaats
eene ruimte met verdunde lucht en voor haar eene ruimte met
verdigte lucht, welke tot eene trillende bcAveging der lucht aan-
leiding geeft.
Derhalve ontstaat het geluid door eene tril-
ling of schommeling der deelen van liet een of
ander ligchaam.
273. Voortgang der trillingen tot aan het gehooror- y^^^f
gaan. Opdat wij een geluid vernemen is het niet toereikend, gang der
dat een geluidgevend ligchaam in beweging gebragt zij; zijne geluids-
trillingen moeten ook door het een of ander tusschenligchaam gen.
tot aan ons oor voortgeplant worden. Hoe eene trilling van de
plaats van haar ontstaan voortgaat, leert de volgende proef.
Proef. Eene zoo veel mogelijk lange koord of een lang