Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD. Vil
338. Gekleurde eu kleurlooze randeu bij de breking
door lenzen. 339. De regenboog. 340. De door te-
rugkaatsing van het licht ontstaande stralen. 341. Het
blaauw des hemels en het avondrood. 342. Hoofd-
kleuren en nevenkleuren. 343. Subjective kleurver-
schijnselen.
De warmte.
De opwekking der warmte. 344. I. Opwekking van
warmte door wrijven. 345. H. Opwekking van warmte
door zamenpersen. 346. HL Opwekb'ng van warmte
door scheikundige werkingen. 347. IV. Warmte door
de zonnestralen.
Werkingen der warmte.
I. Uitzetting der ligch.\men. 348. Uitzetting van vaste
ligchamen door de warmte. 349. Uitzetting van drup-
vormige vloeistoffen door de warmte. 350. Uitzetting
van luchtvormige ligchamen door de warmte. 351. De
thermometer volgens Celsius. 352. Geschiedenis van
den thermometer. 353. Gebruik des thermometers.
35 4. De voor ons klimaat gewigtige uitzetting van het
water door koude.
II. Stkooming in water en lucht. 355. De omloop
van het water en de waterverwarming. 356. Het op-
stijgen der verwarmde lucht. 357. Luchtstroom en
luchtverwarming. 358. Het ontstaan der winden. 359.
De omloop van den geheelen dampkring.
ni. Het smelten van vaste ligchamen en het ver-
dampen van vloeistoffen. Het smelten. 360. Wat
er gebeurt bij het smelten. 361. De gebondene warmte
van eene drupvormige vloeistof. 362. De koude in de
omgeving van een smeltend ligchaam.
De dampvoeming. 363. De dampvorming bij het koken.
364. De terugkeer van den damp in den nevelvorm en
den drupvormig vloeibaren toestand. 365. De gebondene