Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
VI iNnoüD.
den in twee vlakke evenwijdige spiegels. 30.3. Vlakke
hoekspiegel en de kaleidoseoop. 304. De holle spiegel
als brandspiegel en als verliehtingsspiegel. 30.5. De
door eenen hollen spiegel voortgebragte objective beelden.
306. Dc door een hollen spiegel voortgebragte subjec.
tive beelden. 307. Bolle spiegels. 308. De diffuse
terugkaatsing. 309. Avond- en morgenschemering.
De breking van het licht. 310. De wet voor de bre-
king des lichts. 311. Breking door vlakke glasplaten.
312. De bolle glazen als brandglazen en als verlich-
tingsglazen. 313. De door een bol glas voortgebragte
objective beelden. 314. De door een bol glas voort-
gebragte subjective beelden. 315. Verschijnselen door
holle glazen. 316. De astronomische straalbreking en
de Fata Morgana. 317. De volkomene terugkaatsing.
318. De luchtspiegeling.
Het zien en de optische instrumenten. 319. De ge-
zigtshoek. 320. pptische misleidingen over afstand en
grootte. 321. Dc inrigting van het oog. 322. Eegt
zien en enkelvoudig zien. 323. De voortduring van
den indruk des lichts. 324. Accommodatievermogen
van het oog. 325. Vérzigtigheid en kortzigtigheid.
326. De brillen. 327. De loupe en het enkelvoudig
miskroskoop. 328. Het zamengestelde mikroskoop.
328*. Ondoorschijnende voorwerpen en kristallisatiën.
329. Verrekijkers met voorwerplenzen of refractoren.
330. Spiegelteleskopen of reflectors. 331. De kijkkast
en het kosmorama, 332. De camera obscura en de
daguerreotypen. 333. De tooverlantaarn en de nevel-
beelden. 334. Het zonnemikroskoop en het hydro-oxy-
genium-gas-mikroskoop.
Het gekleurde licht. 335. Ontbinding van het witte
zonnelicht in gekleurd licht. 336. Vereeniging van het
gekleurde licht tot wit licht. 337. De gekleurde ran-
den aan de voonverpen, door prisma's beschouwd.