Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
479
ORGANISCHE VERBINDINGEN.
265. Verdeeling der organische verbindingen. De yg^j^j,.
zamengestelde stoffen, waaruit de ligchamen der planten en die- ling der
ren bestaan, verdeelt men in zuren, bases en indifferente (on- ° jg^"*'
verschillige) stoffen. Tot de organische zuren behooren verbin-
onder anderen azijnzuur, citroenzuur en looizuur; tot de o r g a-
nische bases is de quinine te rekenen, die uit kinabast,
en de morphine, die uit opium bereid wordt. De indifferente
stoffen hebben, gelijk de zouten, noch de eigenschappen der
zuren noch die der bases; tot deze behooren verre weg de meeste
der plantaardige en dierlijke stoffen, als z e t m e e 1, s u i k e r
en w ij n g e e s t. Terwijl menschelijke kunst niet, of slechts
voor enkele, in staat is, de organische verbindingen uit de
elementen zamen te stellen, vermag zij toch uit eene gegevene
organische verbinding eene andere te vormen. Jlerkwaardige
omzettingen, waarvan bij het brouwen, het jeneverstoken, en
de azijnmakerij partij wordt getrokken, doen zetmeel tot suiker,
suiker tot wijngeest en wijngeest tot azijn overgaan.
266. Het zetmeel.
Proef. Eenige schoon gewasschen aardappelen worden op
een rasp fijn gewreven, met een weinig water bevochtigd en
door een stukje linnen gedrukt. Een groot gedeelte der zetmeel-
kon-eltjes, die in de aardappelen bevat zijn, gaat met de vloei-
stof door het linnen heen. De troebele vloeistof blijft een uur
lang rustig staan, het zetmeel zakt op den bodem neêr, en het
daarop staande water wordt afgegoten. Door herhaalde malen
versch water op te gieten en weder af te gieten wordt het zet-
meel gezuiverd, op een doek uitgespreid en gedroogd.
Het zetmeel (stijfsel) bestaat uit glinsterend ivitte, tusschen
de vingers knarsende korreltjes, wier gedaante en grootte in de
onderscheidene planten zeer verschillend zijn. Het bevindt zich
bijzonder in aardappelen, koren, peulvruchten en het merg van
CR. X.4.T. 31
Zetmeel.