Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
461
vlam eenen blikken lepel of een mes zoodanig houdt, dat de
vlam neergedrukt wordt, dan neemt het metaal, dat een goede
warmtegeleider is, eene groote hoeveelheid warmte op en koelt
de V1 am af. Hare warmte is dan niet meer groot genoeg, om
de in haar zwevende, fijne kooldeeltjes te verbranden,
zij zetten zich aan het metaal en vormen roet. Het zelfde heeft
plaats, wanneer aan de vlam geen zuurstof genoeg toegevoerd
wordt, zoo als in onze kagchels, waarin steeds een gedeelte der
kool niet verbrandt, in den rook weggevoerd wordt en zich in
de pijpen en schoorsteenen afzet. Het roet is onze meest be-
kende zwarte verfstof en wordt tot oost-indischen inkt en diiik-
inkt verwerkt.
255. Het blusschen van het vuur. Daar het verbran-Het blus-
den of verbinden met zuurstof slechts dan geschiedt, wanneer
het brandende ligchaam een h o o g e r e n warmtegraad be- vuur.
zit en de zuurstof der lucht er bij kan komen, zoo laat het
vuur zich blusschen, wanneer men de warmte vermindert of de
zuurstof wegneemt.
Proef tf. Gelijk in de vorige proef, houde men een blik- Afkoe-
ken lepel in de vlam eener kaars. Zij wordt door het koudere
metaal des te meer afgekoeld en des te kleiner hoe lager
menden lepel houdt; eindelijk gaat zij uit, terwijl de lucht aan
de beide zijden nog toegang heeft, omdat haar de warmte ont-
trokken is.
Eene korte kaars wordt op de tafel gezet en rond- Afslui-
om omtrent twee vingers breed van onderen met tipg ^er
eene laag zand omgeven. Steekt men de kaars
aan en zet daar over een lampenglas zoodanig
in het zand, dat er geene lucht bij de
vlam kan komen, dan gaat zij uit.
Laat men van onderen tusschen het glas en
het tafelblad eene ruimte vi'ij, dan brandt de
vlam, zoo als in de van luchtgaten en glazen
Proef li,
Fig. 254.
lucht.