Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
457
de met hout of steenkolen genomene proef 249, van eene door
de kurk leidende pijp en verhitte de massa sterk op de aldaar
opgegevene wijze. Er zal zich een luchtvormig ligchaam, de
zelfde koolwaterstof (lichtgas) ontwikkelen en aangestoken
met heldere vlam branden 1).
Daaruit volgt dat uit al onze gewone brandstoffen bij een hoo-
geren warmtegraad zich koolwaterstof ontwikkelt. Deze gaat, als
zij sterk verwarmd wordt, eene scheikundige verbinding aan met
de zuurstof der lucht en vormt, terwijl zij zich met haar ver-
bindt , het verschijnsel van het vuur of de vlam.
Proef b. Een gewoon waspitje, gelijk men het tot het
aansteken der lampen bezigt, wordt zelf aangestoken. Nadat
men het eenige oogenblikken rustig heeft laten branden, blaze
men het uit. Men ziet nu het gas, dat, als men het niet bij het
uitblazen te zeer afgekoeld had, voortgebrand zou hebben, op-
stijgen in een door niet geheel ontlede wasdeeltjes zigtbaar ge-
maakt rookkolommetje. Om het pitje weder aan te steken, be-
hoeft men, zoo lang die rook nog opstijgt, de vlam van een
zwavelstok of kaars niet in aanraking met het pitje te brengen.
Als men die slechts in de rook houdt, dan ontvlamt het geheele
kolommetje dadelijk en het pitje brandt weder gelijk te voren.
Als wij eene kaars of eene lamp aansteken, doen wij niets
anders dan dat ivij aan de brandstof eenen hoogeren warmtegraad
mededeelen. Daardoor bereiden wij gas uit die stof; iedere
kaars en iedere lamp is daarom een toestel tot
gasont wikkeling. Houden wij ijzer in eene vlam, dan dee-
len wij het insgelijks warmte mede : het begint te gloeijen; maar
er ontwikkelen zich daaruit geene brandbare gassen, er verschijnt
geene vlam. Terwijl alle ligchamen, uit welke zich in de hitte
geen gas ontwikkelt, slechts kunnen gloeijen, is het vuur
een chemisch verschijnsel, waarbij zich gassen ontwikkelen en
1) Ook hierbij is eene plaatsing der buis aan den eenen of anderen
standaard zeer verkieslijk. Ls.