Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
435
Het blaauwe lakmoespapier heeft de eigensehap, dat het door
citroensap, azijn, over't algemeen door zuren, rood ge-
kleurd wordt, en wordt daarom tot het ontdekken van een
zuur gebezigd.
Houdt men na het verbranden der kool eene strook bevoch-
tigd blaauw lakmoespapier in het glas, dan wordt het rood ge-
kleurd. Diensvolgens is er uit kool en zuur sto f een zuur,
luchtvormig ligchaam ontstaan, dat men koolzuur noemt en
op de volgende wijze altijd weder herkent. Men bereidt zich k a 1 k-
water, door in een artsenijglas een weinig gebluschte kalk
met water te begieten, het glas te kurken, om te schudden en
de vloeistof, wanneer zij na eenigen tijd klaar en doorzigtig is
geworden, grootendeels in een ander glas af te gieten. Hierin
wordt het kalkwater bewaard en het glas met eene kurk goed
gesloten. Giet men daarvan een weinig in het met koolzuur ge-
vulde glas, dan wordt het kalkwater troeb el en melkachtig,
en na eenig stilstaan zinkt er een wit poeder (koolzure kalk,
krijt) naar den bodem.
Proef c. Een dun ijzerdraad (eene dunne klaviersnaar) jj^gj, ^^^
wordt om een potlood geivikkeld, zoodat het, bij het uittrekken zuurstof.
Fig 240 potlood schroefvormig geworden is. Het
boveneinde schuift men door eene kurk, aan het
onderste steekt men een weinig zwam; men steekt
dit aan, en dompelt den draad in een niet te naauw
glas, dat zuurstof bevat. Zoodra het vuur van de
zwam den draad bereikt, zal hij ontgloeijen en
met wit licht onder het spatten van vonken ver-
branden. De neervallende verbrande ijzerkogeltjes
hebben zulk eene warmte, dat zij in den bodem van het glas
insmelten. Het ijzer heeft zich met de zuurstof verbonden; er
is een nieuw ligchaam, een ijzeroxyde (hamerslag), ontstaan.
Men doet wel, voor deze proef, in plaats van eene reageer-
buis , een bier- of molglas of zoogenaamd suikerglas, van b. v. 3
a 3 duim middellijn en 10 duimen hoogte, te nemen. Het nieu- Oxyden.