Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
412
staat waren vele honderden ponden te dragen. Wegens de sterkte
hunner magnetische kracht zijn zij niet slechts zeer geschikt om
staal te magnetiseren, waarl)ij men den electro-magneet vast op
de tafel legt en het te magnetiseren stuk staal naar de handel-
wijze der enkelvoudige streek aan eene zijner polen (§ 132 d)
naar beneden trekt; maar men wilde ze ook als di'ijvende kracht
voor werktuigen gebruiken.
Proef Ter vervaardiging van het model eener enkelvoudige
electro-magnetische machine heeft men een hoefijzer-
vormigen staalmagneet van 1 a 3 ponden draagkracht noodig.
Hij wordt op een blokje van drie ä vier duim dikte gelegd, dat
op het eene
Fig. 228. einde eener
langere plank
gespijkerd is;
dwars over
den magneet
legge men een
houten staaf-
je, brenge
door diens
midden eene
schroef en klemme den magneet zoo vast. Yoor zijne polen moet
een kleine electro-magneet zich draaijen, dien men drie ä vier
duim lengte en de dikte eener ganzepen geeft; door zijne krom-
ming late men bij zijne vervaardiging een Aierkant gat boren en
er eene in ronde pinnen uitloopende vierkante as doorheen
schuiven, die weinig voor de polen der ijzerkern, maar bijna
anderhalven duim voor zijne kromming uitsteekt. Op dit uitste-
kende einde der as wordt een rolvormig stuk hout van een
goeden vinger middellijn en omstreeks 15 streep lengte gedre-
ven en daaraan met korte draadnagels, die de ijzeren as niet
mogen aanraken, twee vastsluitende geel koperen halve rin-
gen bevestigd, die men verkrijgt, als men om het hout eene