Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
400
van de plaat 2 een draad naar de derde plaat. Voor de in bo-
gen bevestigde koperplaten is een hefboom H aangebragt, welks
as h in het middelpunt van beide bogen ligt; hij is van hout
en draagt twee van elkander gescheidene boogvoi-mige veêren,
die slechts met hare einden de koperen platen aanraken en in
de teekening door lijnen zijn aangeduid. AYordt de hefboom regts
geschoven, dan raken de regter einden zijner veêren de platen
3 en 4 aan; wordt hij naar de linker zijde bewogen, dan rus-
ten de linker einden zijner veêren op 1 en 2, raken de platen
3 en 4 niet aan, maar wel de platen 5 en 6, met welke de
veêren in iederen stand in geleidende aanraking zijn.
De telegrafist schuift, wanneer de magneetnaald op het an-
dere station zich regts moet bewegen, den hefboom zijns sein-
gevers regts, en even zoo links, om eene beweging der mag-
neetnaald naar den linker kant te veroorzaken. Bij de geteekende
stelling naar de regter zijde gaat de stroom van het koper
der batterij naar de koperen plaat 1 en door middel van den
verborgen draad naar 4; van hier vormt de onderste veêr van
den hefboom de geleiding naar de zesde plaat, waaraan een
koperdraad geschroefd is, die in de aardplaat a eindigt. De gal-
vanische stroom daalt dus in den vochtigen grond neder en vloeit
door dezen naar de op station II begravene aardplaat h-, van
deze afgaande, stijgt hij op naar den multiplicator, doorloopt
diens windingen en vindt in de draadgeleiding eenen weg, langs
welken hij naar het eerste station terug keert. De geleiddraad
voert hem naar de vijfde koperplaat van den seingever, en de
bovenste veêr van den hefboom naar plaat 3, die met 2 in ge-
leidende verbiiuling staat; maar aan de tweede plaat is de van
het zink komende sluitdraad geschroefd; door hem tot de bat-
terij terug gekeerd, heeft de electriciteit haren omloop voltooid
en eene afwijking der multiplicatornaald naar de regter zijde
bewerkt.
Daarentegen worde de hefboom van den seingever in station I
links geschoven, zoodat de einden zijner veêren op de platen