Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
398
tro-magneet. De stroom doorloopt de windingen, verlaat ze we-
der en geraakt door een aangeschroefden draad tot de in de
aarde begravene koperen plaat, de aardplaat no. 3. Van hier
wordt hij door den vochtigen grond naar de plaat no. 1 geleid,
die op het eerste station in den grond geplaatst is, stijgt van
de plaat door het aangesoldeerde koperdraad naar een zinkcilin-
der der batterij op en heeft op deze wijze zijn omloop voleindigd.
Volgens de uitvinding van Steinheil, wordt bij gevolg
slechts een enkel koperdraad tot geleiding gevorderd, en of op
houten palen boven den grond uitgespannen of, goed geïsoleerd,
in den grond gelegd. Voor de geleiding boven den grond
graaft men op afstanden van 40 ä 50 ellen palen van droog
hout, van 3 tot 5 el hoogte, vast in de aarde en bevestigt aan
hun boveneinde, om den draad te isoleren, koepelvormige porce-
leinen of glazen klokken; van boven hebben de klokken eene holte,
waarin de draad gelegd en met lood vastgegoten wordt; de kos-
ten van eene zoodanige draadgeleiding beloopen omstreeks 900
gulden voor iedere duitsche mijl. Moet de draadgeleiding in
den grond gelegd worden, dan wordt de draad met gutta per-
cha bekleed, in eene 5 a 6 palm diepe groeve gelegd en met
zand bedekt; alleen zijne einden komen op de stations boven
den grond en worden hier met de batterij en den electromag-
neet in geleidende verbinding gebragt; eene zoodanige draadge-
leiding is tweemaal zoo duur als die boven den grond.
221. De electro-magnetische naaldtelegraaf. Bij
electro- alle electro-magnetische telegrafen zijn twee toestellen noodig,
^isclir teekens en dépêches zigtbaar te maken,
naald- die van het andere station getelegrafeerd worden, en heet de
graaf, seintooner; de andere toestel, de seingever, wordt
gebruikt om voor het andere station teekens te geven of daar-
heen te telegraferen. Op ieder station zijn beide toesteUen
voorhanden.
a. De seintooner der naaldtelegrafen, die op de