Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
422
boven naar 3 en treedt hier in de draadwindingen, terwijl te
voren zijne ingangsplaats bij het punt 1 lag. De electro-magneet
verkrijgt derhalve thans in 3, waar vroeger zijne noordpool lag,
eene zuidpool. De stroom treedt bij 1, waar nu de noordpool
ligt, uit de windingen, gaat naar 4 en van daar naar den zinkci-
linder van het element. Zoo kan men door op- en nederbewegen der
sluitdraden en de daardoor bewerkte wisseling in de rig-
ting van den stroom de polen van den electro-magneet
verwisselen zoo dikwijls men verkiest, waarbij men zich door eene
daarboven gehangene magneetnaald van de verwisseling der po-
len overtuigt. De toestellen, die tot het omkeeren der stroom-
rigting dienen, heeten s t r o o m v e r w i s s e 1 a a r s of commu-
tators.
Proef d. Eene magneetnaald hange men naar de in proef
151 opgegevene wijze op, zette haren drager op den electro-
magneet en schuive de naald zoo ver naar beneden, dat zij mid-
den tusschen zijne polen loodregt hangt. Door hersteüen en
afbreken van den stroom heeft men het thans in zijne magt,
de naald zoo vaak men verkiest naar de eene zijde te laten
bewegen; door verwisseling der polen noodzaakt men ze, naar
de andere zijde om te slaan. Bij de in fig. 222 geteekende ver-
binding der draden zal de noordpool der naald, die zich onder
bevindt, zich naar I bewegen; verwijdert men den eenen sluit-
draad , dan keert zij in den loodregten stand terug, en beweegt
zich bij de herstelling der geleiding andermaal naar I. Drukt
men daarentegen de sluitdraden van het element aan de met 3 en 4
aangeduide plaatsen, dan beweegt zich de noordpool der naald
naar 3. Schroefde men aan de einden van den electro-magneet
langere draden, die tot aan de meer verwijderd geplaatste keten
leiden, en hier kruisgewijs gebogen waren, dan hadde men een
eenvoudigen telegrafischen toestel, door middel van welken
men van het element af zou kunnen telegraferen en door bewe-
gingen naar de regter en linker zijde de zelfde teekenen geven,
welke bij de naaldtelegrafen (§ 321) in gebruik zijn.