Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
388
is de clectro-magneet geheel onmaErnetisch, en een sleutel, dien
Fig. 220.
men als an-
ker aan zijne
polen houdt,
wordt door
deze niet
vastgehou-
den; het ijzer
wordt nog
niet door den
electrischen
stroom omvloeid; want de geleiding voert wel van de kool door
haren sluitdraad en door de ommndingen van den electro-mag-
neet tot aan het andere einde van zijn draad, maar niet verder.
Opdat er een stroom ontsta, moeten de beide electriciteiten, de
positive der kool, en de negative van het zink, een onafgebro-
ken weg over geleidende ligchamen vinden, en de geleiding mag
op geene plaats afgebroken zijn, of eene opening hebben. Hier
ligt de plaats der afbreking van de geleiding tusschen het eene
einde van den draad des electro-magneets en den van het zink
komenden sluitdraad. Men drukke deze beide draden aan elk-
ander en houde met de eene hand een sleutel digt voor de po-
len van den electro-magneet; hij zal hem aantrekken en tame-
lijk vasthouden. De ijzerkern is door de haar omstroo-
mende electriciteit een magneet geworden. Want de gal-
vanische stroom vindt thans eene onafgebrokene geleiding; van
de kool uitgaande, treedt hij bij de klem in het om de ijzer-
kern gewonden koperdraad, doorloopt alle windingen, vloeit
dus voortdurend in kringen om het ijzer en gaat op de door
de hand gehoudene plaats van aanraking op den anderen sluit-
draad over om zoo tot het zink te komen.
Proef A. Men late de hand los, welke de draden aan
elkander drukte; daardoor wordt de geleiding afgebroken; de
stroom, die tot dus verre ongestoord om de ijzerkern gevloeid