Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
N-
.N
382
halmpje maakt men met een weinig zegellak een haakje, van
eene kleine speld gebogen, vast, om het met de naalden op te
hangen aan een zoo dun
^'S- 216. mogelijk gespleten draad
floszijde. Daarbij zal men
zien dat de naalden zich
slechts met geringe kracht
naar het aardmagnetisme
rigten, en geen wonder,
daar de eene de andere
juist tegenwerkt, zoodat zij, indien zij beiden volkomen even
sterk waren, in het geheel geene rigtki'acht zouden bezitten.
Men plaatst nu het di'aadraampje op een plankje, ongeveer
zoo als fig. 215 dit aan\vijst, en bindt het met een paar door
daarin geboorde gaatjes gestoken koordjes daarop vast. De vrije
uiteinden van de draadwinding worden ook door gaatjes in het
plankje gestoken. Nevens het draadraampje plaatst men op het
plankje een koperdraad van omstreeks 3 strepen dikte, gebogen
zoo als fig. 215 dit aanwijst, en hangt daaraan den zijdraad,
die het stroohalmpje met de naalden dragt, zoodat de eene naald
in het draadraampje, de andere daarboven komt te hangen.
Volgens de uitkomsten, in de vorige § beschreven, zullen nu
de beide naalden, daar zij de eene boven en de andere onder
den zelfden geleider of de zelfde geleiders geplaatst zijn, door eenen
stroom, die deze geleiders doorloopt, in de zelfde rigting afwij-
ken. Daar zij door de aarde met zoo geringe kracht in de eens
aangenomene rigting worden gehouden en de zelfde stroom er
ongeveer 80 malen omheen loopt, zoo zal een zeer zwakke
stroom reeds in staat zijn eene zeer merkbare afwijking te weeg
te brengen in dezen multiplicator met astastisch
naaldsysteem, kortweg rheoskoop, en veelal ten onregte
galvanometer genaamd,
^et^den Proef a. Men neemt een hal ven cent, dien men op de eene
rheoskoop.vlakte glad laat vijlen, en een schijfje plaatzink van de zelfde