Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
369
ten tijd reeds zal men bemerken dat die vloeistof, het eerst
rondom den positiven pooldraad, eene blaauwe kleur aanneemt
door het koper, dat van het met eene positive pool verbonden«
draadje of reepje daarin is opgelost. Het zal evenwel een geriii-
men tijd duren eer er genoeg koper in de oplossing voorhanden
is, om dit ook op het andere, met de negative pool verbon-
den reepje of draadje te doen aanzetten. Zet men de proef zoo
lang voort, wat wel naauwelijks der moeite waard zal zijn, dan
zal men op die wijze eenen door den stroom zeiven bereide op-
lossing van zwavelzuur koperoxyde verkrijgen, welke van de
vorige alleen daardoor zal onderscheiden zijn, dat daarin nevens
dit zout ook nog eene zekere hoeveelheid niet met koper ver-
bonden, of, zoo als men gewoonlijk zegt, vrij zwavelzuur voor-
handen is.
*0p de zelfde wijze kan men ook de tot vergulding en ver-
zilvering noodige goud- en zilveroplossingen bereiden. Men lost
1 gewigtsdeel cyaankalium in 15 a 16 deelen water op en plaatst
daarin een goud- of zilverplaatje, aan den positiven pooldraad
van het element (voor goud liever van twee of drie elementen)
verbonden en een reepje platina, dat aan den negativen pool-
draad vastgemaakt is. Men verkrijgt die plaatjes van den goud-
smid, die verzocht moet worden ze dun uit te pletten; hun
gewigt is afhankelijk van de hoeveelheid der oplossing, die men
bereiden wil. \YU men enkel voor proefnemingen zich inrigten,
dan heeft men aan 5 wigtjes cyaankalium en ook voor de be-
bewerking zelve aan 1 wigtje goud of 2 wigtjes zilver, elk tot
een reepje van b. v. 1 duim breedte uitgeplet, genoeg. Men
plaatst het goud- of zilverreepje en dat van platina, op de boven
aangeduide ■wijze aan de pooldraden van het element verbonden,
zoo digt mogelijk bij elkaar in de cyaankalium-oplossing. Ziet
men nu ook aan de goud- of zilverplaat gas opstijgen, dan is
dit een teeken dat de stroom te sterk is; men verzwakt dien
door de beide plaatjes in de oplossing verder van elkaar te
plaatsen, totdat er geene gasontwikkeling aan de op te lossen
i 24*