Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
352
even zoo dikwerf vloeit hij uit de aanrakingsplaatsen van het
zink met de vloeistof en met het andere metaal, als lut nimmer
uitdroogende bronnen, weder voort. Ofschoon de aldus opge-
wekte electriciteit eene zeer geringe spanning en zoo weinig
electrische afstooting vertoont, dat de galvanische grondproeven
slechts met zeer gevoelige toesteUen genomen kunnen worden,
onderscheidt zij zich door de aanhoudende voortduring harer
beweging en harer werkingen. Men moet slechts zorg dragen,
dat er met de metalen geene veranderingen plaats hebben, welke
de opwekking der electriciteit verzwakken of onmogelijk maken.
De 204. De constante galvanische elementen. De oudere,
beschrevene galvanische elementen zijn slechts gedurende
inenten, korten tijd in staat om een galvanischen stroom voort te bren-
gen. De vloeistof lost namelijk zink op, hetwelk zich aan de
koperen plaat aanzet; met zink overtrokken, werkt de koperen
plaat als eene zinkplaat; beide platen worden door de vloeistof
negatief electrisch en zijn buiten staat om een positiven stroom
op te wekken. Bovendien bedekt zich de koperen plaat met eene
laag, door de ontleding van het vocht voortgebragte waterstof,
en deze stof staat in de spanningsreeks nog hooger dan zink,
zoodat eene bedekking met deze voor de werking van het koper
nog nadeeliger is dan eene met dat metaal. Men moet daarom,
om eene gebjk blijvende constante werking te verkrijgen,
de beide metalen door het een of ander'scheiden, dat slechts aan
de vloeistof den doorgang verleent en het aanzetten van het zink
verhindert, en bovendien het zoo trachten in te rigten, dat er aan de
koper-of platina- of kooloppervlakten geene waterstof vrij worde.
^ÏOe Daartoe dienen de poreuze leemcellen, die in den
cellen, ^ oi™ van bekers van onverglaasd aardewerk vervaardigd worden;
zij worden, wanneer men er water in giet, in eene minuut aan
de buitenzijde geheel vochtig; doch zij mogen geene barsten
hebben, zoodat het water er doorheen zou kunnen zijpelen. Men
laat ze, zoo dikwijls zij gebruikt zijn, in een schotel met warm