Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
341
zoo als men die bij liet graven op zandige plaatsen gevonden
heeft, waar men den bliksem had zien inslaan. Bij levende
wezens, die door den bliksem getroffen worden, volgt meestal
oogenblikkelijk de dood. De kwetsingen zijn uiterlijk onbedui-
dend; alleen heeft men hier en daar op de armen van doodge-
slagenen groeven tot op de beenderen gevonden. De dood schijnt
daarom plaats te hebben, omdat door den slag de werkzaam-
heid der zenuwen opgeheven wordt.
Wat het weerlichten is, is nog onbeslist. Men houdt
het of voor een weerschijn van den bliksem, die beneden den
horizon plaats heeft, of voor een bliksemstraal van een zoo
verwijderd onweder, dat men niet in staat is den donder te hoo-
ren, o f eindelijk voor eene stille uitstraling eener sterk electri-
sche wolk, met de electrische lichtkwastjes te vergelijken (§ 185).
197. De donder. Wanneer wij een rijsje of eenen stok snel De
door de lucht bewegen, wordt daardoor eene luchtmassa ge-
schokt, in schommelende beweging gebragt, en er ontstaat
een hoorbaar geluid. Daarom gaat iedere electrische vonk, ter-
wijl zij de lucht doorbreekt en schokt, meteen knappen, of,
als zij sterker is, met een knal gepaard. Zoo ontstaat ook
de donder door trillingen van de door den
bliksem doorbrokene en geschokte luchtmassa's.
Bliksem en donder hebben naauwkeurig op een en den zelfden
tijd plaats. Daar evenwel het geluid veel meer tijd besteedt dan
het licht om van de plaats van zijn ontstaan tot ons te komen, en
in eene seconde slechts omstreeks 330 ellen aflegt, geraken de
geluid gevende schommelingen der lucht, die ons den donder
doen hooren, 1 a t e r in ons oor, dan het oog het lichtverschijnsel
des bliksems heeft waargenomen. Heeft men den donder 10 se-
conden later vernomen dan den bliksem, waardoor hij ontstaan
is, dan hebben de geluidstrillingen dezen tijd besteed om
den weg van de plaats van haar ontstaan te doorloopen.
Daar nu het geluid in 10 seconden 3300 ellen of ongeveer