Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
322
met de vlakke hand nadert, dan voelt men de uitstroomende
eleetrieiteit; men wordt iets als een flaauwen ademtogt gewaar,
dat van de punt uitgaat en den naam van electrischen
wind draagt.
Proef r. De electrische wind kan ligte ligchamen weg-
waaijen. Boven op den bodem van een omgekeerd bierglas wordt
eene eenigzins lange speld zoo gelegd, dat hare punt zijdwaarts
uitsteekt. Dan lade men eene leidsche flesch, vatte ze aan de
fig. 187 buitenste bekleeding en houde
ze omgekeerd of horizontaal der-
mate , dat haar knop den knop
der speld aanraakt. Hangt men
nu een smal strookje zeer dun
papier van omtrent een palm
lengte op weinig afstands voor
de punt der speld, dan wordt zijn
benedeneinde weggeblazen.
De elec- Proef (l. Een stukje geel koperdi-aad, omstreeks 2 stre-
trische pen dik, 8 ä tien duim lang, wordt aan zijne beide einden scherp
afgevijld en in den vorm eener S gebogen. Daarop hechte men
met behulp eener naald een zeer dunnen linnen draad aan eene
kurk en schuive midden door deze het sikkelvormig gebogene
Fig. 188. koperdraad zoodanig, dat het volkomen ho-
rizontaal zweeft, zoodra men den draad op-
ligt. A'^an het ijzerdi'aad tot aan het ophang-
punt hebbe de draad 2 palm lengte en worde
door een niet isolerend onderstel gedragen.
Kiest men tot onderstel eene wijnflesch, in
wier kurk een gebogen ijzerdraad bevestigd
is, dan winde men om dit ijzerdraad den
draad eenige malen heen en late zijn vrij einde naast de flesch
tot op de tafel neerhangen, dewijl de flesch anders isoleren
zou. Eindelijk wordt eene geladene leidsche flesch met haren
knop digt boven eene buiging der sikkel gehouden; deze beweegt
sikkel.