Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
Digt bij het boveneinde worden die latjes in horizontale rig-
ting doorboord ; door de geboorde gaten moet zich eene metalen
stift, b.v. een stuk eener dikke breinaald , met gemak laten schui-
ven en daarin kunnen omdraaijen. Omstreeks 5 duimen lager geeft
men eene tweede dergelijke doorboring, die voor latere proe-
ven dient. Buitendien late men twee houten staven van 3 duim
in 't vierkant maken, de eene, die eerst later gebruikt wordt
en vooreerst weggelegd wordt, 26, de andere 52 duim lang.
Eene latere proef, § 26, vordert nog twee ronde schijven van
de aldaar opgegevene grootte, die men, om den toestel volledig
te hebben , terstond mede kan laten vervaardigen. De langste hou-
ten staaf wordt juist in het midden harer lengte, in de breedte
een weinig naar boven, derhalve boven haar zwaartepunt, door-
boord en van het geboorde gat af, door middel van een passer,
naar beide zijden in deelen elk van 2 duimen ingedeeld, die
men door loodregte strepen aanteekent. Zoo ingedeeld , wordt de
staaf van boven tusschen de staande latjes gebragt en moet zich,
nadat de metalen stift er door geschoven is, met gemak om de
stift, die hare as of haar steunpunt uitmaakt, op en neêr
laten bewegen. Daar het zwaartepunt der staaf zich onder het
steunpunt bevindt, zal zij, gelijk een hangend ligchaam, niet
kunnen rusten voor dat het zwaartepunt zich loodregt onder het
steunpunt bevindt, en de staaf een horizontalen
stand aangenomen heeft. Mogt de staaf naar de eene
zijde overhellen, dan is zij niet naauwkeurig loodregt boven het
zwaartepunt doorboord; men neemt in dit geval de staaf weg,
en slaat aan hare einden in de rigting harer lengte twee gelijke
spijkers of schroeft twee even zware metalen knoppen er slechts
een weinig in. Daarop hangt men de staaf weder tusschen de
latjes en ziet waarheen zij thans overhelt; telkens aan de zijde,
waar zij overhangt, wordt de spijker of knop verder ingedreven
totdat de stang een waterpassen stand aanneemt. Gemakkelijk
kan men zelf in een eenigzins kleineren maatstaf den gelieelen
toestel van een plankje en vierkante linialen vervaardigen, van
2*