Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
301
van de soort der electriciteit. Terwijl de linker hand de geïso-
leerde naald met den electroskoop in aanraking brengt, houde
men met de regter hand een gewreven lampenglas bij
het einde der naald, dat van den electroskoop afgekeerd
Terstond Avijken de goudblaadjes uiteen, ofschoon er uit het
glas noch tot de blaadjes noch tot de naald electriciteit geko-
men is. Er kan dus in de geheele metaalmassa thans geene an-
dere electriciteit te voorschijn komen dan die, welke zij na-
tuurlijk bezit. Men verwijdert alsdan eerst de geïsoleerd ge-
houdene naald en daarop den cüinder, en men merkt op dat de
electrometer zijne electriciteit behoudt. Om ze te on-
derzoeken , wordt de glazen cilinder er boven gehouden; de af-
stooting wordt vermeerderd; de electroskoop heeft dus posi-
tive electriciteit, gelijk de glazen cilinder.
Maar de ijzerdraad van den electroskoop is slechts een deel
der geheele metaalmassa, die wij aan de verdeeling blootgesteld
hebben; de naald, die men ondertusschen aan den isoleren-
den steel gehouden heeft, is haar ander gedeelte, en ook haar
electrische toestand moet waargenomen worden. Men ontneme
den electroskoop al zijne electriciteit, door hem met de hand aan
te vatten, en rake hem met de breinaald aan. De goudblaadjes
ontvangen hare electriciteit en toonen die door afstooting aan.
Houdt men nu den glazen cilinder boven den electroskoop,
dan wordt de afstooting verminderd. Bij gevolg was aan de
naald, van welke de electroskoop zijne electriciteit ontvangen
heeft, geene met die van het glas gelijksoortige, maar n e-
g a t i v e electriciteit ten deel geworden. Zoo hebben zich dan
onder den invloed van den glazen cilinder beide electriciteiten
in de metaalmassa getoond; in de nabijheid van den cilinder
openbaarde zich de negative, welke, door zijne tegengestelde
electriciteit aangetrokken, toegestroomd was; de positive, af-
gestootene, hield zich verder venvijderd.
Proef h. Men neme de vorige proef met dit verschil, dat
men in plaats van den glazen cilinder eene gewrevene pijp