Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
289
de aardbodem, daar hij vochtig is en water bevat, als een
geleider beschouwd worden.
Proef c. Eene gewrevene glazen buis of pijp lak houde
men boven een vat met kokend water of boven eene vlam, of
men bewaseme ze op alle plaatsen met den adem. Het glas of
het lak zal daarna in 't geheel geene of uiterst geringe aan-
trekking vertoonen en zijne electriciteit verloren hebben. Er is
alzoo een geleider mede in aanraking gekomen. Uit kokend wa-
ter en eene vlam stijgt damp op, en even zoo ademen wij w a-
t e r d a m p in de lucht uit, en deze geleidt de electriciteit.
Daaruit verklaart zich het mislukken der electrische
proeven in eene vochtige lucht, daar de vele in de lucht be-
vatte waterdampen als goede geleiders de electriciteit wegnemen.
Derhalve zijn de beste geleiders: de metalen,
kolen, de ligchamen der dieren en
menschen, water en waterdamp.
Vele ligchamen behooren in hun gewonen droogen toestand Slechte
geenszins tot de nietgeleiders; maar zij kunnen ook niet tot S®'®"''®''®'
de goede geleiders gerekend worden. Dit geldt onder anderen
van hout en papier. Zij geleiden goed, wanneer zij uit de
lucht vochtigheid aangenomen hebben, maar minder goed , wan-
neer zij heel droog zijn.
163. Het isoleren. Wanneer wij aan een geleidend lig- Het iso-
chaam electriciteit mededeelen, dan stroomt zij er terstond uit
weg, in geval het met den een of anderen geleider in aanraking
is. Zal het de electriciteit behouden, dan moet het geïsoleerd
zijn, d.i. het moet slechts met niet geleiders in
aanraking zijn. Het moet aan zijden draden of koorden han-
gen , of het moet door glazen voeten of zuilen gedragen worden.
*Proef. Men bevestige een ligt bolletje of een schijfje pa-
pier aan een zijden draad, slechts een paar duim lang, han-
ge dezen aan een niet isolerenden standaard, en deele daaraan
door eene pijp lak electriciteit mede. Doet men deze proef in
19*