Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
276
Westelij- 150. Westelijke en oostelijke declinatie. Op zijne
eerste ontdekkingsreis vond Columbus op den atlantischen
afwijking, oceaan eene reeks van plaatsen, waar de magneetnaald naauw-
keurig naar het noorden wees, waarop zij derhalve in 't geheel
niet van de middaglijn afweek, en het was de lijn, welke men
door deze plaatsen getrokken kan denken, de lijn zonder afwij-
king, die hij, naar Europa terug gekeerd, als grenslijn tusschen
de westelijk daarvan gelegene en de portugeesche bezittingen
liet vaststellen. De lijn zonder afwij king gaat door de
Hudsonsbaai, het oostelijke deel van Noord-Amerika en de
oostelijke punt van Zmd-Amerika; op het andere halfrond loopt
zij langs Nieuw-Holland, over de oostelijke punt van Arabië,
door de Kaspische en de Witte zee. De geheele oppervlakte der
aarde wordt door deze lijn in twee helften, eene oostelijke en
eene westelijke, gedeeld; op de oostelijke helft, tot welke
de Atlantische oceaan, Europa en Afrika behooren, is de af-
wijking eene w e s t e 1 ij k e; op de westelijke helft daaren-
tegen, welke bijna geheel Azië, den grooten oceaan en bijna
geheel Amerika omvat, is de afwijking eene oostelijke. De de-
clinatie is verder op verschillende plaatsen niet even groot en
in het westen van Europa aanmerkelijker dan in het oosten, en
zij verandert zelfs op eene en de zelfde plaats in den loop der
jaren.
Inclina- 151. De inclinatie of helling der magneetnaald,
tie der Bij de vervaardiging van magneetnaalden merkten de kunste-
™naalT'' i«'"""® weldra, dat de naalden , ofschoon zij in onmagnetischen
toestand volkomen horizontaal gezweefd hadden, na het magne-
tiseren , als door het zuidmagnetismus der aarde aangetrokken,
hare noordpool naar beneden rigtten; men verhiel]) dit gebrek
door de noordelijke einden der naalden ligter te bewerken.
Proef. Men hangt eene niet magnetische naald in
haar zwaartepunt zoo op, dat zij zich naar boven en beneden
vrij bewegen kan. Om dit op eene gemakkelijke wijze uit te