Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
273
Fig. 157. noordpunt naar
het westen af.
Deze afwijking
der magneet-
naald van de m i d-
daglijn heet hare
declinatie of af-
wijking. Legt men
het middelpunt van
eenen in gi-aden ver-
deelden cirkel, of van
een transporteur,
wiens middellijn aan
de lengte der naald
gelijk is, op een punt der middaglijn, dan laat zich bepalen,
hoe groot de declinatie of hoe groot de boog is, met welken
de magneetnaald naar het westen aftvijkt. De declinatie bedraagt
in onze streken tegenwoordig omstreeks 19 graden; men moet
daarom van het door de noordpool der magneetnaald aangege-
veti punt om eenen boog van 19 graden naar het oosten
heengaan om het noordpunt te vinden.
149. Het kompas. Door de kennis van de declinatie der Het
horizontaal zwevende magneetnaald wordt men in staat gesteld kompas,
om deze tot het vinden der hemelstreken aan te wenden. De
■ toestel, dienende tot bepaling der hemelstreken met behulp der
magneetnaald, wordt een kompas genaamd en bestaat uit
twee voorname stukken, uit eene windroos en eene magneet-
naald. De windroos, welke de voorgaande figuur (157) voor-
stelt, is een in graden verdeelde cirkel, op welken de hemel-
streken aangeduid zijn. De magneetnaald is van eene stalen plaat '
vervaardigd, in het midden breeder en naar de beide einden
spits toeloopende; fig. 157 toont hare gedaante, zoo als zij zich
18*